Dyslexie

Inleiding

Het dyslexieprotocol heeft als doel om leerlingen met dyslexie onderwijs op onze school te laten volgen, passend bij hun capaciteiten. Daarnaast heeft het tot doel om leerlingen die mogelijk dyslectisch zijn, op te sporen. Het is goed om alle activiteiten over de signalering en begeleiding van dyslectische leerlingen in kaart te brengen. Het geeft medewerkers van onze school en buitenstaanders een duidelijk inzicht in wat Muurhuizen doet op het gebied van dyslexie en waar de grens ligt van de begeleiding door school op dit gebied. Dit protocol zorgt ervoor dat leerlingen, ouders, docenten en schoolleiding kunnen zien wat is afgesproken met betrekking tot de begeleiding van dyslectische leerlingen. Natuurlijk wordt het protocol steeds geëvalueerd en eventueel bijgesteld.


Signalering

Sommige leerlingen hebben behoefte aan extra ondersteuning met betrekking tot taal. Van veel leerlingen die op Muurhuizen naar school gaan is dat al bekend, maar dat is niet altijd zo. Indien de mentor signalen opvangt die kunnen wijzen op dyslexie, zoals moeite met talen, veel tijd nodig hebben bij de zaakvakken of veel spellingsfouten, dan brengt de mentor, na overleg met ouders en leerling, de leerling in bij het ondersteuningsoverleg. Indien in het ondersteuningsoverleg een vermoeden van dyslexie wordt gedeeld, kan de orthopedagoog een dyslexie-screening doen. Wanneer nodig verwijst de orthopedagoog de leerling door naar een externe partij voor een dyslexie-onderzoek (let op, hier zitten kosten aan verbonden voor ouders).


Begeleiding op school

Wanneer leerlingen met dyslexie op Muurhuizen komen, krijgen zij in de eerste weken een intakegesprek. In dat gesprek wordt uitgelegd wat het dyslexieprotocol is en welke faciliteiten er zijn. Leerlingen kunnen in dat gesprek ook aangeven wat zij gewend zijn en belangrijk vinden als het gaat om dyslexie,
Na acht weken (rond het eerste portfoliogesprek met ouders, leerling en mentor) is het mogelijk de optie van een hulpprogramma als Kurzweil te bespreken als dit nog niet eerder gebruikt is. Er volgens dan wekelijkse bijeenkomsten om leerlingen uit te leggen hoe Kurzweil precies werkt, totdat de leerlingen er mee kunnen werken. Voor leerlingen die al met Kurzweil werken, worden aan het begin van het jaar afspraken gemaakt. Ook toetsen en examens kunnen gemaakt worden met behulp van dit soort software. Wanneer de leerling er in de bovenbouw voor kiest om toetsen te maken met behulp van een laptop, zal er ook een laptop beschikbaar zijn tijdens het examen.


Begeleiding van de mentor

De mentor bespreekt met enige regelmaat de vorderingen van de dyslectische leerling. Tijdens de portfoliogesprekken komt het onderwerp dyslexie ook steeds aan de orde, zo worden ook ouders betrokken. Daarnaast inventariseert de mentor samen met de leerling de behoefte aan hulp en welke maatregelen er noodzakelijk zijn voor de leerling om zelfstandig verder te kunnen. Het uitgangspunt is het vergroten van de autonomie van de leerling.
De mentor staat in contact met alle lesgevende docenten van de leerling. Hoewel docenten weten hoe ze om moeten gaan met dyslexie, kan een docent leerlingspecifieke informatie snel en veilig doorgeven. Wanneer er meer hulp nodig is dan mentor en docenten kunnen bieden, vraagt de mentor in overleg met ouders extra hulp aan bij de ondersteuningscoördinator door middel van het formulier Aanvraag ondersteuning. De ondersteuningscoördinator onderzoekt samen met de orthopedagogen welke handvatten aangereikt kunnen worden.


Faciliteiten

Voor alle leerlingen met een dyslexieverklaring bieden wij de volgende faciliteiten (deze worden vastgelegd in Magister en zijn voor alle docenten in te zien):

  1. Aangepaste spellingsbeoordeling bij talen (geldt niet voor grammaticale fouten).
  2. Extra tijd bij alle SO’s (5 min.) en toetsen (15 min. op de mavo en 30 min. op de havo) en het eindexamen (30 min.)
  3. De mogelijkheid om in de onderbouw voor taalvakken een SO mondeling te kunnen afnemen (dit gaat wel altijd in overleg met de vakdocent).
  4. Gebruik maken van Kurzweil (taalspraakprogramma).
  5. Gebruik maken van Daisy en/of Kurzweil bij het eindexamen.
  6. Einde leerjaar 1 of halverwege leerjaar 2 kunnen de leerling en hun ouders dispensatie voor het vak Frans aanvragen. Dat betekent dat de lesuren voor het vak Frans worden vervangen door dispensatie-uren (zie onder).

Dispensatie

Wanneer de dyslexie bij een leerling tot problemen leidt in het leren, de cijfers of het welzijn, dan is er aan het einde van het eerste schooljaar de mogelijkheid om dispensatie aan te vragen voor het vak Frans. In het tweede jaar volgt de leerling dan geen Frans, maar een aangepast programma dat erop gericht is de leerling inzicht te geven in zijn dyslexie en de mogelijkheden die er zijn om daarmee om te gaan. Daarnaast leert de leerling na te denken over zijn leesgedrag.
Deze dispensatielessen vinden plaats tijdens de lessen Frans. De leerlingen worden ondersteund door een onderwijsassistent en de les vindt plaats in kleine setting.
De aanvraag voor dispensatie gaat via en in overleg met de mentor. Om af te wijken van het reguliere curriculum is een gegronde reden nodig. Dat betekent dat het leren of welzijn van de leerling ernstig verstoort wordt door de dyslexie. Wanneer ouders en/of mentor vermoeden dat dit het geval is, kunnen zij dit voorleggen aan de ondersteuningscoördinator en de orthopedagogen om te kijken of dispensatie een oplossing is.
Het indienen van dit verzoek verloopt via het formulier Aanvraag dispensatie. Dit formulier wordt door de ouders ingevuld en door de mentor opgestuurd. De aanvraag wordt door de ondersteuningscoördinator met de orthopedagogen besproken en vervolgens beoordeeld.